Italië nog altijd hoog op onze watchlist
De Italiaanse bevolking trekt op 26 mei naar de stembus om te bepalen wie hen in het Europees Parlement zal vertegenwoordigen. Hoewel dit niet gepaard gaat met nationale verkiezingen, kunnen de resultaten wel nationale gevolgen hebben. De uitslagen van de nationale verkiezingen in maart vorig jaar weerspiegelden de grote versnippering van het Italiaanse politieke landschap. Uiteindelijk sloten twee onorthodoxe politieke partijen, de anti-establismentpartij Vijfsterrenbeweging en de rechts-populistische Lega Nord, een regeringsakkoord. De initiële reacties op de financiële markten getuigden van aanzienlijke bezorgdheden. Naast het verwachte budgettaire stimuleringsbeleid, bevatte het regeringsvoorstel ook enkele ideeën die radicaal indruisten tegen de E(M)U-verdragen (bv. een gedeeltelijke kwijtschelding van de overheidsschuld). De partijen veegden deze ‘wilde’ ideeën relatief snel van tafel, maar de regeringsblauwdruk was een wake-up call voor de financiële markten.
Recente resultaten van de regionale verkiezingen wezen evenwel op verschuivende machtsverhoudingen tussen de politieke partijen. Vooral de populariteit van de Vijfsterrenbeweging is tanend terwijl de Lega Nord steeds meer kiezers weet te overtuigen. Ook verkiezingspolls wijzen op deze trends. Gebaseerd op recente peilingen zou een rechtse coalitie bestaande uit Lega Nord, Forza Italia en Fratelli d'Italia voldoende stemmen halen om een regering te vormen, wat geen optie was op basis van de verkiezingsresultaten in maart 2018. Polls zijn geen exacte weerspiegeling van verkiezingsresultaten, maar toch wijzen ze op de toenemende kwetsbaarheid van de huidige regeringscoalitie. Bovendien benadrukken de coalitiepartners in de aanloop naar de Europese verkiezingen, waar ze elkaars concurrenten zijn, vooral de verschillen in hun standpunten. De onderlinge samenhang van de Italiaanse regeringscoalitie staat dus op losse schroeven.
Behalve de huidige coalitie, heeft ook de Italiaanse economie zwakke fundamenten. De economische groei in Italië hinkt ver achterop vergeleken met andere belangrijke economieën in de eurozone. De dalende productiviteit is hiervan de belangrijkste oorzaak. Deze wordt veroorzaakt door de slecht werkende arbeidsmarkt, de inefficiënte overheid en belemmerende regulering. Na Griekenland heeft Italië de hoogste overheidsschuld in de eurozone, terwijl het begrotingstekort structureel verslechtert. De confrontatie met de Europese Commissie in het najaar van 2018 maakte nog maar eens duidelijk dat de huidige Italiaanse regering geen prioriteit maakt van het op orde brengen van de overheidsfinanciën. In tegendeel, volgens recente schattingen van de OESO zou het overheidstekort toenemen van 2.1% van het bbp in 2018 tot 2.5% en 3.0% in resp. 2019 en 2020. In het komende najaar kan dit leiden tot een nieuwe confrontatie.
De Europese verkiezingen kunnen voor veranderingen zorgen. Een scenario waarbij het stemmenaandeel van de Vijfsterrenbeweging daalt en de Lega Nord sterke resultaten behaalt, is niet ondenkbaar. In dat geval zijn tussentijdse verkiezingen of de samenstelling van een nieuwe, centrumrechtse coalitie, zonder de Vijfsterrenbeweging, mogelijk. Vanuit macro-economisch en marktperspectief zou dat laatste de meest gunstige uitkomst zijn. Hoewel de centrumrechtse regering zal vasthouden aan een expansief budgettair beleid, is een meer groeibevorderende koers die de fundamentele economische zwaktes aanpakt, waarschijnlijker. Bovengenoemd scenario is niet gegarandeerd. Indien de huidige coalitie stand houdt, kunnen begrotingsdiscussies met de Europese Commissie In het najaar sporen nalaten op de financiële markten (hogere kredietrisicopremies).