Nervositeit neemt stevig toe

De laatste rechte lijn naar Trump’s zelfverklaarde “Liberation Day” (2 april) zorgt toch nog voor paniek in de keet. Een samenloop van factoren creëerde vrijdag en vandaag stevige risicoaversie op de markten. De beurzen krijgen een nieuwe opdoffer. In Europa loopt de tol vandaag voor de derde keer in vier handelsdagen op tot iets meer dan 1%. Vanuit technisch oogpunt dreigt de EuroStoxx50 bijvoorbeeld eerste steun rond 5300 (neklijn dubbele top) te verliezen. De Amerikaanse tech-index Nasdaq opent straks in principe aan de laagste koersen sinds september van vorig jaar. Overheidsobligaties nemen in die beurspaniek weer even hun rol op van veilige haven. De Amerikaanse 10j-rente testte donderdag nog technische weerstand rond 4.4%, maar nadert ondertussen (4.2%) steun nabij 4.1%/4.13%. De Duitse 10j-rente verliest over diezelfde periode zo’n 10 basispunten en zoekt technisch heil rond 2.65%. De dollar blinkt voorlopig uit in afwezigheid. Het Amerikaanse recessiegegeven (en relatief groter renteverlies) weerhoudt de munt te profiteren van de risicoaversie. We zagen een gelijkaardige reactiefunctie eerder dit jaar. EUR/USD vermeed op die manier een breuk beneden 1.08 in de weeksluiting.
De berichtgeving verliep de voorbije dagen van kwaad naar erger. Op donderdagavond waarschuwde de Amerikaanse begrotingswaakhond voor begrotingstekorten van 6 à 7% van het BBP voor de volgende 30 jaar wat de schuldgraad van 100% richting 156% katapulteert over die periode. Hogere rentelasten en zwakkere structurele groei (schatting 1.7% tov 2.4% de voorbije 30 jaar) maken de houdbaarheid van de schuldcarrousel alleen maar lastiger. Op vrijdag kwam er een wake-upcall van het stagflatiescenario met onder meer een opwaartse herziening voor inflatieverwachtingen in de consumentenenquête van de universiteit van Michigan voor de maand maart. Vergeet de 4.9% op 1j en 3.9% op 5-10j waarover we eerder berichtten. Na de revisie wordt dat 5% (hoogste sinds 2022) en 4.1% (hoogste sinds februari 1993). De laatste BBP-schatting voor het eerste kwartaal van het GDPNowcast van de Atlanta Fed suggereert nu een BBP-krimp van 2.8% op jaarbasis t.o.v -1.8% bij de vorige release.
En dan is er nog het politieke aspect. Wederzijdse tarieven met een focus op de “dirty 15” – verantwoordelijk voor het gros van het handelstekort op de Amerikaanse goederenbalans – vervellen mogelijk toch nog in de campagnebelofte van een universele invoerheffing (20%?). Of daar dan weer uitzonderingen op komen of hoe landen er onder uit kunnen geraken blijft evenzeer voer voor speculatie. Het Russische gesleep in het onderhandelen over een tijdelijk staakt-het-vuren zorgde behalve voor frustratie ook voor een dreiging van nog meer tarieven. Secondair deze keer. Op afnemers van Russische olie. Een copy-paste van de houding tegenover Iran. Als klapper op de vuurpijl ontkent president Trump berichten over het nastreven van een derde ambtstermijn niet. Vaak gekscherend maar toch. Hij houdt een aantal pistes in het achterhoofd om het 22e amendement uit de grondwet alsnog te omzeilen.
Behalve de tarievensaga staat de economische kalender in de VS deze week bol van de cijfers met onder meer ISM-enquêtes, het aantal openstaande vacatures en arbeidsmarktrapporten van loonstrookjesverwerker ADP en van het Bureau of Labour Statistics (payrolls). Tot slot laat Fed-voorzitter Powell op vrijdagavond zijn licht schijnen over de economische ontwikkelingen en eventuele impact op het monetaire beleid. We zetten ons schrap voor een nieuwe rollercoasterrit.