‘Reflatie’ stuurt SEK en CHF verschillende richting uit.

Vorige week was er een ‘overaanbod’ aan centrale bank beslissingen. De grote jongens (Fed, Bank of Japan, Bank of England) kaapten begrijpelijk de aandacht weg. We komen even terug op de beslissing van de Zwitserse SNB en de Zweedse Riksbank (RB). Hoewel hun verhaal niet per se gelijk loopt, kwamen ze tot een gelijkaardige conclusie: de versoepelingscyclus is afgerond. Geen grote verrassing, maar toch een teken des tijds. Enkele maanden geleden liepen beiden immers voorop in de cyclus en waren ze geneigd het beleid eerder iets te soepel dan te strak te houden.
De SNB verlaagde de rente van 0.50% tot 0.25%. Ze probeert inflatie in een band te houden tussen 0% en 2%. ‘Probleem’ is dikwijls dat inflatie niet te hoog maar te laag is, met een te sterke frank als ‘usual suspect’. Ook nu viel inflatie terug tot 0.3% j/j (feb). De SNB verwacht wel niet opnieuw deflatie (0.4% dit jaar opwaarts herzien van 0.3% in december, 0.8% in 2026/27). Voorzitter Martin Schlegel gaf dan ook ‘opgelucht’ aan dat er zo goed als zeker geen verdere rentedaling volgt. Voorlopig hoeft de SNB het hoofd niet te breken over het eventueel herinvoeren van negatieve rentes. Een weinig elegant instrument met veel complicaties. Met dank, jawel, aan de frank.
De SNB herhaalt dat ze bereid blijft in de wisselmarkt te interveniëren, maar voorlopig is dat niet nodig. De CHF verloor recent immers 2-3% tegen een ‘sterke’ euro, geïnspireerd door de fiscale reflatietrade. Schlegel en Co branden ondertussen een kaarsje dat die Europese reflatieretoriek stand houdt en de frank niet opnieuw in zijn rol van Europese veilige haven wordt geduwd. Dat draait dan waarschijnlijk alsnog uit op nieuwe interventies, maar daardoor komt het land dan weer op de radar van de VS als ‘muntmanipulor’. Met alle (tariefgevolgen) vandien. In de mate dat het (defensie/fiscaal) Europese herstelverhaal standhoudt, mag de SNB hopen dat de frank wegblijft van te sterkte niveaus (< EUR/CHF 0.92) en zich eerder nestelt in de handelsband tussen 0.93-0.97.
De Zweedse Riksbank was nog duidelijker dan de SNB. Na een laatste verlaging tot 2.25% in januari is het over en uit. In januari was het nog een verhaal van kijken en afwachten. In een nieuw beleidsrapport ziet de RB geen renteverlaging meer tot het einde van de horizon (kw 1 2028). Inflatie veerde recent (deels door technische factoren) forser op dan verwacht (2.9%). Tegelijk omarmt de RB een voorzichtig reflatiescenario met aantrekkende groei van respectievelijk 1.9%, 2.4% en 2.2% over 2025-27. Met degelijke groei en (risico op) hogere inflatie, volstaat de huidige (relatief neutrale) beleidsrente zeker.
De Zweedse kroon onderging de voorbije maanden een ware metamorfose en won/wint zelfs gestaag terrein tegen een relatief sterke euro. Tot vorig jaar was de markt terughoudend t.a.v. SEK omdat de RB het beleid meestal liever iets te soepel dan te strak hield. Hier veranderde de pikorde alvast. De RB stopt sneller dan de ECB en gaf haar intenties ook duidelijk aan. In de EMU is het debat over de rentebodem nog lopende. Tegelijk ziet de markt Zweden als een land met een goede industriële basis die toelaat om in te spelen op de heropbouw van de Europese defensiecapaciteit. Er is al wat goed nieuws verdisconteerd, maar toch brak EUR/SEK recent opvallend vlot door de belangrijke steunzone van 11.00 (zie grafiek). Voorlopig is de conclusie: niet naar het vallend EUR/SEK mes grijpen.
EUR/SEK: Kroon schudt juk van soft RB-imago van zich af.
